Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/67

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

met de macht de hebzucht zonder maat en regel aan, bezoedelde en verwoestte alles, kende niets heiligs of eerbiedwaardigs, totdat zij zich zelf te gronde richtte. Zoodra er namelijk onder den adel mannen opstonden, die waren roem hooger stelden dan onrechtvaardige macht, werd de Staat beroerd en door burgertwist als door een aardbeving onderstboven gekeerd.



XLII.


Tiberius en Gaïus Gracchus, wier voorouders in den Carthaagschen en andere oorlogen den Staat groote diensten hadden bewezen, poogden namelijk voor het volk de vrijheid te veroveren en de misdrijven der oligarchie aan het licht te brengen; de adel, die zich schuldig voelde, en aldus opgeschrikt werd, bestreed de Gracchen met behulp der bondgenooten en der Latijnen soms met die der ridders, die, hopend op aandeel in het gezag, zich van het volk hadden afgescheiden. Eerst was Tiberius, eenige jaren later Gaïus, die in zijn voet stappen trad, (de eerste was volkstribuun, de tweede triumvir belast met het stichten van coloniën) tegelijk met M. Fulvius Flaccus door het zwaard omgebracht. Zeker hadden de Gracchen, door hoop op overwinning voortgedreven, geen matiging genoeg betoond; een braaf man zal liever overwonnen worden dan het onrecht door gewelddadige maatregelen bestrijden. De adel trok van die overwinning partij naar welgevallen, vermoordde of