Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/71

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

spijs te verkoopen, het leger te doen volgen door trosknechten, den gemeenen soldaat in het kamp of op marsch een slaaf of een lastdier te laten bezitten; de hooger geplaatsten moesten zich zoo veel mogelijk inkrimpen. Hij liet bovendien dagelijks het kamp opbreken en langs bijpaden marschen ondernemen; wallen oprichten, grachten graven, alsof de vijand nabij was; zette talrijke wachtposten uit en inspecteerde ze met zijn luitenants; op marsch was hij dan eens in de voor-, dan eens in de achterhoede, dan eens in het centrum, om te zien of niemand het gelid verliet, of men behoorlijk met de vaandels optrok, of de soldaten volgens den regel hun leeftocht en wapenen droegen. Zoo wist hij, meer door het voorkomen der wanordelijkheden, dan door straffen, de tucht in het leger te herstellen.



XLVI.


Jugurtha, zoodra hij van de handelingen van Metellus bericht ontving (hij was uit Rome verwittigd van diens onkreukbare eerlijkheid), begon aan zijn geluk te twijfelen, en te beproeven, ten slotte eene ernstig gemeende capitulatie te sluiten. Hij zendt gezanten aan den consul, met insignieën van smeekelingen, met last voor hem en zijn kinderen lijfsbehoud te vragen, en al het overige over te geven aan het Romeinsche volk. Maar Metellus wist welke ondervinding men had van de trouweloosheid