Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/75

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

in het front uitbreidend; hij gaf aan Bomilcar het bevel over de olifanten en een gedeelte van het voetvolk, en deelde hem zijn instructies mede. Hijzelf plaatste zijn troepen met de geheele ruiterij en uitgelezen voetvolk dicht bij het gebergte. Zelf gaat hij alle escadrons en compagnieën rond, vermaant en bezweert ze, indachtig aan hun oude dapperheid en vroegere overwinningen hem zelf en zijn rijk te verdedigen tegen de hebzucht der Romeinen; het gold een strijd met dezelfde mannen, die zij reeds éénmaal overwonnen onder hetjuk hadden doen doorgaan; zij hadden een nieuwen bevelhebber, maar hun karakter was hetzelfde. Alle maatregelen, die een veldheer pasten, had hij genomen; hij had zijn leger op een hoogte geplaatst en er voor gezorgd, dat vooraf gewaarschuwde krijgslieden tegen een verrasten vijand zouden strijden; hij had vermeden een klein aantal soldaten te plaatsen tegenover een groote massa, of onwetenden tegenover ervaren krijgers. Zijn soldaten moesten dus bereid en vast voornemens zijn de Romeinen aan te tasten; één dag zou alle vorige moeiten en overwinningen bevestigen, of het begin zijn der grootste ellende. Eén voor één herinnerde hij sommige manschappen, hoe hij hen ieder afzonderlijk voor dappere daden met geld of eerbewijzen beloond had en stelde hen tot voorbeeld voor de overigen; naar ieders karakter medebracht, beloofde, dreigde, bezwoer hij de krijgers, en wekte hen op, ieder op zijn wijs. Onderwijl ziet men Metellus, onkundig van de vijandelijke stelling, het gebergte met zijn leger afdalen, zich afvragend wat dat ongewoon schouwspel beteekende; de paarden en de Numidiërs hadden zich