de ongunstige gesteldheid van den bodem en het onbekende terrein belemmerd werden.
LI.
Overal was, gedurende den strijd, verwarring, onzekerheid, gruwel, ellende. Sommigen waren van hun corps afgesneden, en vluchtten; anderen vervolgden den vijand; men gaf geen acht op vaandels noch slagorde, ieder stond pal en verdedigde zich dáár waar het gevaar hem trof. Wapenen, werptuig, paarden, soldaten, vijanden en burgers, alles lag dooreengemengd; niemand gaf acht op raadgeving of bevel, alles hangt van het geluk af.
De dag was reeds ver gevorderd, en de uitslag van den strijd nog steeds onzeker. Toen beide partijen door vermoeidheid en de warmte waren uitgeput, slaagde Metellus er in, bespeurende dat de Numidiërs minder heftig aanvielen, zijn troepen in één corps bijéén te brengen, en de gelederen te herstellen; daarop brengt hij vier legionarische cohorten tegen de infanterie des vijands in het veld. Een groot deel van diens troepen had zich, uitgeput, op de hoogten teruggetrokken. Tegelijkertijd smeekte en vermaande hij de soldaten, den moed niet te laten vallen, en niet te dulden dat reeds vluchtende vijanden de overwinning behaalden; de Romeinsche troepen, voegde hij er bij, hadden geen kamp of toevluchtsoord waar zij, wijkend, zich konden bergen; van de wapenen alléén was redding te ver-