Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/82

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

LIV.


Metellus blijft vier dagen in hetzelfde kamp, verzorgt de gewonden, beloont naar krijgsgebruik de mannen die zich in het gevecht verdienstelijk hadden gemaakt, prijst en bedankt allen vóór het verzamelde leger, spoort hen aan de verdere krijgsbedrijven, die gemakkelijker zijn zullen, met denzelfden moed ten uitvoer te brengen, „tot nog toe vocht men om de overwinning, thans alleen om buit." Onderwijl zendt hij overloopers en andere geschikte personen, om te vernemen waar Jugurtha was en wat hij deed; of hij slechts eenige aanhangers dan wel een leger bij zich had; hoe hij zich na zijn nederlaag hield. Deze had zich in boschachtige en door de natuur beschutte streken teruggetrokken, en bracht daar een leger bijeen, talrijker dan het vorige, maar zwak en krachteloos, meer aan landbouw en veehoeden dan aan oorlog gewend. Dit was hieraan toe te schrijven dat, uitgenomen de persoonlijke ruiterij des konings, geen Numidiër ooit den vorst na zijn vlucht vergezelt: ieder gaat waar het hem goeddunkt, en dit is geen militaire schande. Zoo zijn de zeden.

Metellus zag dat de koning nog steeds hardnekkig bleef en een oorlog werd voortgezet, wiens verdere loop van Jugurtha's wil afhing; hij begreep dat de verdere kansen voor de Romeinen ongunstig waren, daar de vijand door een nederlaag minder werd verzwakt dan zij door een overwinning; hij besloot dus van gevechten en geregelde veldslagen af te zien, en een andere taktiek te volgen. Hij doortrekt de rijkste streken van Numidië,