Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/89

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

LIX.


Den volgenden dag, voordat de troepen uittrokken voor een nieuwen aanval op de stad, laat hij de geheele ruiterij, in de richting vanwaar de koning was uitgetrokken, voor het kamp post vatten, plaatst de poorten van het kamp en nabijzijnde posten onder het bevel van tribunen, marscheert vervolgens zelf naar de stad en herhaalt den aanval van den vorigen dag tegen den muur. Onderwijl valt Jugurtha uit een hinderlaag de onzen op het lijf. De troepen die het dichtst bij hem geplaatst waren, worden in een oogenblik verschrikt en in verwarring gebracht, de overige komen hun spoedig te hulp. De Numidiërs zouden niet langer hebben stand gehouden, indien hun voetvolk, met ruiterij vermengd, geen groote catastrophe in het gevecht had veroorzaakt. Op het voetvolk vertrouwend, bepaalde de cavalerie zich niet, zooals in een gewoon ruitergevecht, tot het aangrijpen van den vijand, om daarna terug te trekken; zij viel het front aan, bracht de slagorde in verwarring en doorbrak ze. De reeds bijna geheel overwonnen vijanden werden dan de prooi van het lichte voetvolk.



LX.


Terzelfder tijd werd voor Zama geweldig gevochten, ieder luitenant of tribuun verdedigde met de grootste