verbrijzeld, die er zich op bevonden ter aarde geworpen waren, deinsden de overigen, zoo goed en zoo kwaad zij konden, terug, sommigen ongedeerd, de meesten vol wonden. De nacht maakte van beide zijden een einde aan den strijd.
LXI.
Metellus ziet dat zijn onderneming mislukt is, dat de stad niet is genomen, en Jugurtha alleen uit hinderlagen of op door hemzelf gekozen terrein slag levert; de zomer
was bovendien verstreken. Hij verlaat Zama en legt bezetting in de steden die voor hem partij hadden gekozen en door de positie of door de vestingwerken als veilig konden beschouwd worden. Voor het overige laat hij het leger de winterkwartieren betrekken in de Romeinsche provincie die het dichtst bij Numidië gelegen is. Overigens brengt hij den winter niet door, zooals anderen, in luiheid en wellust, maar poogde, daar de oorlog door de wapenen alleen weinig vorderde, den koning door zijn vrienden lagen te doen leggen, en van hun trouweloosheid als een wapen gebruik te maken. Bomilcar (die met Jugurtha te Rome geweest en, na gijzelaars gegeven te hebben, aan de rechtsvervolging wegens den op Massiva gepleegden moord, door de vlucht ontkomen was), wordt door hem met beloften aangezocht, daar hij zeer met Jugurtha vertrouwd was, en dus gelegenheid had hem te verraden. Vooreerst brengt hij te weeg, dat