Naar inhoud springen

Pagina:Sallustius, Jugurtha (vert. Busken Huet, 1894).pdf/96

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

bij zijn voornemen bleef, gaf hij ten antwoord, dat hij hem zijn verlof zou geven, zoodra de dienst van het leger het toeliet. Later, toen Marius zijn aanzoek meermalen herhaalde, zou hij, naar men beweert, gezegd hebben, dat hij zich niet te veel haasten moest met zijn vertrek; hij zou noch tijd genoeg hebben om het consulaat te vragen tegelijk met Metellus' zoon. Deze diende in het leger, in het gevolg van zijn vader, en was ongeveer twintig jaar oud[1]. Dit alles had Marius nog meer doen ontvlammen, zoowel voor de waardigheid, die hij zocht te verkrijgen, als tegen Metellus; eerzucht en toorn, twee slechte raadgevers, brachten hem buiten zichzelven; geen gelegenheid, in daad of woord, liet hij voorbijgaan, die zijn ambitie dienstig kon zijn; hij gaf aan de soldaten, die hij in de winterkwartieren kommandeerde, meer toe dan vroeger; met de handelaars, die in grooten getale te Utica waren, sprak hij over den krijg, op een wijs die hoonend voor anderen, en vol eigen lof was; indien men hem. Marius, de helft van het leger overgaf, zou hij binnen weinige dagen Jugurtha geketend bij zich hebben; de opperbevelhebber hield den krijg opzettelijk slepende, daar deze man, ijdel en vol koninglijken trots, te veel aan het kommando gehecht was. De kooplieden vonden dit alles des te gelooflijker, daar door den langen duur van den oorlog hun zaken slecht gingen en te gronde gericht waren, en iemand die begeert steeds oordeelt, dat de zaken te langzaam gaan.

  1. ↑ Men kon eerst consul worden nadat men den leeftijd van 43 jaar bereikt had.