voeren te beklagen, en Marius als opperbevelhebber aan te wijzen. Aldus werd hij, door de zeer vereerende overeenstemming van velen, als toekomstig consul aanbevolen; en dit op het oogenblik dat het volk, na de nederlaag van den adel door de wet Mamilia, alleen van parvenus hooren wilde. Zoo werkte alles mede om Marius te begunstigen.
LXVI.
Ondertusschen had Jugurtha de capitulatie verbroken en den oorlog opnieuw begonnen: met de grootste zorg maakte hij al de noodige voorbereidselen, bespoedigde hij de maatregelen, en bracht een leger op de been; de steden die van hem afgevallen waren, werden door bedreigingen of hoop op belooningen gewonnen; zijn eigen plaatsen bevestigd; wapenen, werptuigen, en dergelijke, die hij, ten einde vrede te kunnen sluiten, had overgegeven, werden opnieuw aangemaakt of gekocht; de Romeinsche slaven werden aangezocht in zijn dienst te reden, en zelfs beproefd hij de garnizoenen door geldaanbiedingen te winnen; hij liet niets onbeproefd, niets met vrede, en poogde alles in beweging te brengen. Te Vaga, een stad waar Metellus in het begin, toen Jugurtha vrede scheen te willen sluiten, bezetting gelegd had, doch waar men door de smeekingen des konings aan het wankelen was gebracht (men had zich trouwens niet vrijwillig van hem afgescheiden) smeedden de hoofden der stad een zamen