zweering; de massa der bevolking was, zooals gewoonlijk en vooral in Numidië, wankelbaar, tot oproer en tweedracht geneigd, belust op omwentelingen, afkeerig van rust en vrede. Zij werden het eens over een plan en besluiten den derden dag te handelen; deze werd in geheel Afrika gevierd, en deed meer denken aan spel en vroolijkheid dan aan vreeselijke gebeurtenissen. Zoodra de dag was aangebroken, verzoeken zij de centurios en militaire tribunen, den bevelhebber zelf der stad, T. Turpilius Silanus, het feest bij hen aan huis te komen vieren; zij brengen allen, behalve Turpilius, onder den maaltijd, om het leven, en vallen daarop de soldaten aan, die verspreid en ongewapend waren, zooals natuurlijk was op zulk een dag, en op een oogenblik dat geen der bevelhebbers aanwezig was. Het volk doet hetzelfde, som migen op aanwijzing van den adel, anderen door hartstocht gedreven, ofschoon zij niet wisten wat er gedaan en besloten was, en alleen omdat zij zich verheugden in oproer en omwentelingen in zich zelf.
LXVII.
De Romeinsche soldaten door een plotselinge paniek getroffen, wijfelend en niet wetend, wat te doen, loopen her- en derwaarts; de citadel, waar de veldteekenen en schilden zich bevonden was door den vijand bezet; de gesloten poorten maakten de vlucht onmogelijk; de vrouwen en kinderen wierpen om het hardst