Naar inhoud springen

Pagina:Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee 1811 no 010.pdf/2

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

( 2 )

Le maître-des-requêtes, directeur du grand-livre de la dette publique de Hollande, vû l’art. 1 et 2 du décret impérial du 22 octobre 1811, qui ordonnent que tous les capitaux payés par les membres des chapitres, des abbayes, et de l’ordre teutonique existant en Hollande, seront consolidés sur le pied de cinq pour cent, et que la commission créée pour la liquidation de la dette publique de Hollande sera chargée de cette liquidation, qui devra être soumise à l’approbation de S. M. I. et R. avant le 1er janvier 1812;

Appele pour la seconde et dernière fois toutes les parties intéressées à présenter en personne ou à faire présenter par leurs fondés de pouvoirs, au chef du cinquième bureau du grand-livre, tous les titres rélatifs à leurs prétentions, en original, et en y ajoutant une traduction authentique en français, et de avant le 16 décembre prochain.

Le maître des-requêtes, directeur susdit, prévient en outre tous les membres de l’ordre teutonique existant en Hollande, que leurs reclamations ne pourront être admises à moins qu’elles ne soient munies d’un certificat de vie en due forme.

Amsterdam, le 5 décembre 1811.

Le maître-des-requêtes, directeur susdit,
C. C. Six.


Paris, le 5 Décembre.

Un décret impérial rendu au palais d’Amsterdam, le 14 octobre, contient les dispositions suivantes:

La direction générale de l’imprimerie et de la librairie est autorisée à publier, à dater, du [1]er novembre prochain, un journal dans lequel seront annoncées toutes les éditions d’ouvrages imprimés ou gravés qui seront faites à l’avenir, avec le nom des éditeurs et des auteurs, si ces derniers sont connus, le nombre d’exemplaires de chaque édition et le prix de l’ouvrage.

Elle y fera aussi insérer, avant la publication des ouvrages, les déclarations qui auront été faites par les libraires, pour la réimpression des livres du domaine public.

Les fonds provenant des abonnemens au journal de la librairie seront affectés, aux dépenses de la direction générale.

Il est défendu à tous auteurs et éditeurs, directeurs et rédacteurs des gazettes, journaux, affiches, feuilles périodiques et autres papiers publics, tant à Paris que dans les départemens, même de ceux étrangers dont la distribution est permise dans l’Empire, d’apuoncer, sous tel prétexte que ce puisse être, aucun ouvrage imprimé ou gravé, national ou étranger, si ce n’est après qu’il aura été annoncé par le journal de la librairie, en se conformant, pour le prix de l’ouvrage, à celui qui aura été indiqué dans ce journal, à peine de deux-cents francs d’amende pour la première contravention, et d’amende arbitraire ainsi De rekwestmeester, directeur van het grootboek der publieke schuld van Holland, gezien art. 1 en 2 van het keizerlijk decreet, in dato 22 october 1811, waarbij bepaald is, dat alle de kapitalen, betaald door de leden der kapittelen, der abdijen, en van de duitsche orde in Holland, zullen worden geconsolideerd op den voet eener rente van vijf-ten-honderd, en dat de commissie, benoemd tot de liquidatie der publieke schuld van Holland, met deze liquidatie zal zijn belast, welke vóór den 1sten januarij 1812 aan de goedkeuring van Z. K. en K. M. zal moeten worden onderworpen;
Roept voor de tweede en laatste maal op, alle de daarbij belanghebbenden, om, het zij in persoon, hetzij door hunne gemagtigden, aan den chef van het vijfde bureau van het grootboek, te presenteren of te doen presenteren alle de bewijsstukken hunner pretentien in originali, en voorzien van authentieke translaten in de fransche taal, en zulks vóór den 16den december aanstaande.
De rekwestmeester, directeur voornoemd, verwittigt daarenboven den leden der duitsche orde, dat hunne reclamatien niet zullen kunnen worden geadmitteerd, indien dezelve niet voorzien zijn van eene attestatie de vita, in behoorlijke forma gepasseerd.
Amsterdam, den 5den december 1811.

De rekwestmeester, directeur voornoemd,
C. C. Six.


Parys, den 5 December.

Een keizerlijk decreet, gegeven op het paleis te Amsterdam, den 14den october, behelst de volgende bepalingen:
De algemeene directie der boekdrukkerij en van den boekhandel wordt gemagtigd, om, met den 1sten november aanstaande, een dagblad uit te geven, in hetwelk alle de uitgaven van boek- of plaat-werken, die in het toekomende zullen worden uitgegeven, zullen worden vermeld, met den naam der uitgevers en schrijvers, indien deze laatste bekend zijn, het getal exemplaren, die op ieder werk getrokken zijn, en den prijs van het werk.
Zij zal insgelijks, vóór de uitgaven van de werken, daarin doen plaatsen alle de aangiften, die door de boekverkoopers zullen zijn gedaan, tot het herdrukken van boeken aan het publiek domein behoorende.
De gelden, uit de abonnementen van het dagblad des boekhandels voortkomende, zullen tot de uitgaven der algemeente directie worden aangewend.
Aan alle schrijvers of uitgevers, directeurs en redacteurs van couranten, dagbladen, advertentie-bladen, periodieke geschriften en andere publieke papieren, zoo te Parys als in de departementen, zelfs van de vreemde papieren, welker uitgave in Frankrijk is toegestaan, wordt bij deze verboden, om, onder welk voorwendsel het ook moge wezen, eenig boek- of plaat-werk, het zij nationaal, hetzij buitenlandsch, aan te kondigen, indien dit niet te voren door het dagblad van den boekhandel is aangekondigd geweest, zich, wat de prijs van het werk aangaat, rigtende naar dien, welke in dat dagblad is vermeld geworden, op straf van eener boete van twee-honderd Francs, voor de eerst maal, en van eene arbitraire boete, mitsgaders van het verval hunner permissie, voor de tweede