6. Indien de Aanklager na het voorbereidend onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid concludeert dat de verstrekte informatie geen redelijke basis voor een onderzoek oplevert, stelt hij degenen die de informatie hebben verstrekt daarvan in kennis. Dit belet de Aanklager niet nadere informatie die aan hem wordt overgelegd met betrekking tot dezelfde situatie in het licht van nieuwe feiten of bewijs in overweging te nemen.
Artikel 16
Opschorting van onderzoek of vervolging
Geen onderzoek of vervolging kan worden aangevangen of voortgezet krachtens dit Statuut gedurende een periode van 12 maanden nadat de Veiligheidsraad bij resolutie die krachtens Hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties is aangenomen, een verzoek daartoe tot het Hof heeft gericht; het verzoek kan door de Raad worden hernieuwd onder dezelfde voorwaarden.
Artikel 17
Vragen met betrekking tot ontvankelijkheid
1. Gelet op het tiende lid van de Preambule en artikel 1 besluit het Hof tot niet-ontvankelijkheid van een zaak indien:
a, in de zaak onderzoek of vervolging plaatsvindt door een Staat die ter zake rechtsmacht heeft, tenzij de Staat niet bereid of niet bij machte is het onderzoek of de vervolging daadwerkelijk uit te voeren;
b, in de zaak een onderzoek is verricht door een Staat die ter zake rechtsmacht heeft en de Staat besloten heeft de betrokken persoon niet te vervolgen, tenzij het besluit het gevolg was van het niet bereid of niet bij machte zijn van de Staat de vervolging daadwerkelijk uit te voeren;
c, de betrokken persoon reeds terecht heeft gestaan voor gedragingen waarop de klacht betrekking heeft, en terechtstaan voor het Hof niet is toegestaan ingevolge artikel 20, derde lid; d, de zaak niet voldoende ernstig is om verdere stappen van het Hof te rechtvaardigen.
2. Bij de vaststelling of sprake is van het ontbreken van bereidheid in een bepaalde zaak beoordeelt het Hof, met inachtneming van de in het internationale recht erkende beginselen van een behoorlijke rechtsgang, of een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen:
a, tot de procedure werd of wordt overgegaan of het nationale besluit werd genomen teneinde de betrokken persoon af te schermen tegen strafrechtelijke aansprakelijkheid voor misdrijven waarover het Hof rechtsmacht bezit als bedoeld in artikel 5;
b, er is sprake van ongerechtvaardigde vertraging in de procedure die, onder de omstandigheden, niet verenigbaar is met het voornemen de betrokken persoon terecht te doen staan;