Naar inhoud springen

Pagina:Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.pdf/184

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

waarbij geen nadelig onderscheid mag worden gemaakt op zulke gronden als geslacht, zoals gedefinieerd in artikel 7, derde lid, leeftijd, ras, huidskleur, taal, godsdienst of geloof, politieke of andere opvatting, nationale, etnische of maatschappelijke oorsprong, bezit, geboorte of andere status.


DEEL 3
ALGEMENE BEGINSELEN VAN STRAFRECHT


Artikel 22
Nullum crimen sine lege

1. Niemand zal krachtens dit Statuut strafrechtelijk aansprakelijk zijn tenzij het desbetreffende feit op het tijdstip waarop het plaatsvindt een misdrijf oplevert waarover het Hof rechtsmacht bezit.

2. De definitie van een misdrijf wordt strikt geïnterpreteerd en niet verruimd naar analogie. In geval van dubbelzinnigheid wordt de definitie uitgelegd in het voordeel van de persoon ten aanzien van wie een onderzoek plaatsvindt of die vervolgd of veroordeeld wordt.

3. Dit artikel laat onverlet de aanmerking van feiten als strafbaar naar internationaal recht los van dit Statuut.


Artikel 23
Nulla poena sine lege

Een door het Hof veroordeelde persoon kan uitsluitend worden gestraft overeenkomstig dit Statuut.


Artikel 24
Geen terugwerkende kracht ratione personae

1. Niemand is strafrechtelijk aansprakelijk krachtens dit Statuut ter zake van een feit dat plaatsvond voor de inwerkingtreding van het Statuut.

2. Ingeval van een wijziging van het op een bepaalde zaak toepasselijke recht voordat een definitieve uitspraak wordt gewezen, wordt het voor de aan een onderzoek onderworpen, vervolgde of veroordeelde persoon gunstigste recht toegepast.


Artikel 25
Individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid

1. Het Hof bezit krachtens dit Statuut rechtsmacht over natuurlijke personen.