Naar inhoud springen

Pagina:Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.pdf/187

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
i, de meerdere kennis had van, dan wel bewust geen acht geslagen heeft op informatie die duidelijk aangaf dat de ondergeschikten deze misdrijven begingen of op het punt stonden deze te begaan;
ii, de misdrijven activiteiten betroffen binnen het bereik van de daadwerkelijke aansprakelijkheid en leiding van de meerdere; en
iii, de meerdere naliet alle noodzakelijke en redelijke maatregelen te treffen die binnen zijn macht lagen om het begaan van de misdrijven te verhinderen of te beperken of de zaak voor te leggen aan de bevoegde autoriteiten voor onderzoek en vervolging.


Artikel 29
Niet-toepasselijkheid van verjaring

Misdrijven waarover het Hof rechtsmacht bezit verjaren niet.


Artikel 30
Element van de geestesgesteldheid

1. Tenzij anders bepaald is een persoon alleen strafrechtelijk aansprakelijk en strafbaar ter zake van een misdrijf waarover het Hof rechtsmacht bezit, indien de materiële bestanddelen begaan zijn met opzet en wetenschap.

2. Voor de toepassing van dit artikel handelt een persoon met opzet indien:

a, die persoon met betrekking tot gedragingen, de bedoeling heeft tot de gedragingen over te gaan;

b, die persoon met betrekking tot een gevolg, de bedoeling heeft dat gevolg teweeg te brengen of zich ervan bewust is dat het gevolg zich bij een normale gang van zaken zal voordoen.

3. Voor de toepassing van dit artikel betekent,,wetenschap het zich ervan bewust zijn dat een omstandigheid bestaat of dat een gevolg zich bij een normale gang van zaken zal voordoen.,,Wetenschap hebben en,,welbewust worden dienovereenkomstig uitgelegd.


Artikel 31
Strafuitsluitingsgronden

1. Naast de overige in dit Statuut opgenomen strafuitsluitingsgronden is een persoon niet strafrechtelijk aansprakelijk indien, ten tijde van de gedragingen van die persoon:

a, de persoon lijdt aan een geestesziekte of een geestelijke stoornis die die persoon het vermogen de wederrechtelijkheid of aard van zijn gedragingen te beseffen, of het vermogen zijn gedragingen te beheersen teneinde de wettelijke vereisten na te leven, ontneemt;