b. Elke kandidaat voor verkiezing in het Hof:
c, voor verkiezing in het Hof dient een kandidaat een uitstekende kennis te bezitten van ten minste een van de werktalen van het Hof en deze taal vloeiend te spreken.
4, a. Alle Staten die Partij zijn bij dit Statuut kunnen kandidaten voorstellen voor verkiezing in het Hof:
Voordrachten gaan vergezeld van een opgave waarin zo gedetailleerd als nodig wordt aangegeven op welke wijze de kandidaat voldoet aan de vereisten van het derde lid.
b. Voor elke verkiezing kan elke Staat die Partij is één kandidaat voordragen, die niet noodzakelijkerwijs onderdaan van die Staat hoeft te zijn, maar wel onderdaan is van een Staat die Partij is.
c. Waar nodig kan de vergadering van Staten die Partij zijn besluiten tot instelling van een Voordrachtsadviescommissie. Alsdan worden de samenstelling en het mandaat van de commissie vastgesteld door de Vergadering van Staten die Partij zijn.
5. Ten behoeve van de verkiezing worden twee lijsten met kandidaten opgesteld:
Lijst A, houdende de namen van kandidaten met de kwalificaties bedoeld in het derde lid, onder b, onderdeel i.; en
Lijst B, houdende de namen van kandidaten met de kwalificaties bedoeld in het derde lid, onder b, onderdeel ii.
Een kandidaat die beschikt over voldoende kwalificaties voor beide lijsten heeft de keuze op welke lijst hij wenst te worden opgenomen. Bij de eerste verkiezing voor het Hof worden ten minste negen rechters gekozen van lijst A en ten minste vijf rechters van lijst B. Volgende verkiezingen worden zodanig ingericht dat dezelfde verhouding tussen rechters van de ene en de andere lijst wordt geëerbiedigd.
6, a. De rechters worden gekozen door middel van een geheime stemming in een bijeenkomst van de Vergadering van Staten die Partij zijn, daartoe bijeengeroepen ingevolge artikel 112. Onverminderd het