Naar inhoud springen

Pagina:Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.pdf/204

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

a, niet gedwongen een voor zichzelf belastende verklaring af te leggen of schuld te bekennen;

b, niet onderworpen aan enigerlei vorm van dwang, druk of bedreiging, marteling of enigerlei andere vorm van wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing; en

c, indien ondervraging plaatsvindt in een andere taal dan een taal die de persoon volledig begrijpt en spreekt, kosteloos bijstand verleend door een bevoegde tolk en krijgt hij de vertalingen die noodzakelijk zijn om aan de vereisten van billijkheid te voldoen;

d, niet onderworpen aan willekeurige aanhouding, vasthouding of vrijheidsbeneming, behoudens op de gronden en overeenkomstig de procedures, vastgesteld in het Statuut.

2. Wanneer er gronden zijn om aan te nemen dat een persoon een misdrijf heeft begaan waarover het Hof rechtsmacht bezit en die persoon zal worden ondervraagd door de Aanklager of door nationale autoriteiten op grond van een verzoek gedaan ingevolge Deel 9 van dit Statuut, wordt die persoon, alvorens te worden ondervraagd, geïnformeerd dat hij tevens de volgende rechten heeft:

a, het recht in kennis te worden gesteld, alvorens te worden ondervraagd, van het bestaan van gronden om aan te nemen dat hij een misdrijf heeft gepleegd waarover het Hof rechtsmacht bezit;

b, het recht tot zwijgen, zonder dat zulks meeweegt bij het vaststellen van schuld of onschuld;

c, het recht op rechtsbijstand naar eigen keuze, of, indien hij geen rechtsbijstand geniet, deze toegevoegd te krijgen, in alle gevallen waarin het belang van de rechtsbedeling dit eist; dit is kosteloos in die gevallen waarin betrokkene niet over voldoende middelen beschikt om daarin zelf te voorzien;

d, het recht te worden ondervraagd in aanwezigheid van een raadsman tenzij hij daarvan vrijwillig afstand heeft gedaan.


Artikel 56
Rol van de Kamer van vooronderzoek in geval waarin de gelegenheid bewijsmiddelen te vergaren zich niet nogmaals zal voordoen

1, a. Wanneer de Aanklager van oordeel is dat een onderzoek een eenmalige gelegenheid biedt om een getuige een getuigenis of een verklaring af te laten leggen of bewijs te onderzoeken, te vergaren of te toetsen, dat misschien in een later stadium niet meer beschikbaar is voor een onderzoek ter terechtzitting, stelt de Aanklager de Kamer van vooronderzoek hiervan in kennis.

b. In dat geval is de Kamer van vooronderzoek bevoegd, op verzoek van de Aanklager, alle maatregelen te treffen, vereist om de doelmatigheid en zuiverheid van de procedure te verzekeren en, in het bijzonder, de rechten van de verdediging te beschermen.

c. Tenzij de Kamer van vooronderzoek anders beslist, verstrekt de Aanklager de relevante informatie aan de persoon die is aangehouden of