lijke gronden aanwezig zijn om aan te nemen dat de persoon het beweerde misdrijf heeft begaan en dat een oproep tot verschijning voldoende is om de verschijning van de persoon te verzekeren, vaardigt hij het bevel uit, met of zonder vrijheidsbeperkende voorwaarden (niet zijnde hechtenis) indien het nationale recht daarin voorziet, tot verschijning van de persoon. Het bevel vermeldt:
a, de naam van de persoon en alle overige informatie relevant voor diens identificatie;
b, de datum die is vastgesteld voor de verschijning van de persoon;
c, een specifieke verwijzing naar de misdrijven waarover het Hof rechtsmacht bezit en die de persoon beweerdelijk heeft begaan; en
d, een beknopte beschrijving van de feiten die beweerdelijk het misdrijf vormen.
Het bevel wordt aan de persoon betekend.
Artikel 59
Aanhoudingsprocedure in de Staat van bewaring
1. Een Staat die Partij is en een verzoek heeft ontvangen voor de voorlopige aanhouding of voor aanhouding en overdracht onderneemt onmiddellijk stappen voor de aanhouding van de betrokken persoon overeenkomstig zijn wetgeving en het in Deel 9 bepaalde.
2. Een aangehouden persoon wordt onverwijld geleid voor de bevoegde gerechtelijke autoriteit in de Staat van bewaring, die overeenkomstig het recht van die Staat vaststelt of:
a, het bevel tot aanhouding die persoon betreft;
b, de persoon is aangehouden overeenkomstig de juiste procedure; en
c, de rechten van de persoon zijn geëerbiedigd.
3. In afwachting van de overdracht heeft de aangehouden persoon het recht een verzoek tot voorlopige invrijheidsstelling in te dienen bij de bevoegde autoriteit in de Staat van bewaring.
4. Bij een beslissing op een dergelijk verzoek overweegt de bevoegde autoriteit in de Staat van bewaring of, gezien de ernst van de beweerde misdrijven, dringende en uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn die een voorlopige invrijheidstelling rechtvaardigen, en of noodzakelijke waarborgen bestaan om te verzekeren dat de Staat van bewaring zijn verplichting tot overdracht van die persoon aan het Hof kan nakomen. Het staat de bevoegde autoriteit van de Staat van bewaring niet vrij te overwegen of het bevel tot aanhouding op de juiste wijze is uitgevaardigd overeenkomstig artikel 58, eerste lid, onder a en b.
5. De Kamer van vooronderzoek wordt in kennis gesteld van elk verzoek tot voorlopige invrijheidstelling en doet aanbevelingen aan de bevoegde autoriteit in de Staat van bewaring. De bevoegde autoriteit in