Naar inhoud springen

Pagina:Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.pdf/227

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

b, een beslissing tot invrijheidstelling van de verdachte of beschuldigde of weigering daarvan;

c, een ambtshalve beslissing van de Kamer van vooronderzoek ingevolge artikel 56, derde lid;

d, een beslissing die waagt van een punt dat van aanmerkelijke invloed kan zijn op een eerlijk en vlot verloop van de procedure of op de uitkomst van de terechtzitting, en waarvoor naar het oordeel van de Kamer van vooronderzoek of de Kamer van berechting een onmiddellijke uitspraak van de Kamer van beroep de voortgang van de procedure in belangrijke mate kan bevorderen.

2. De betrokken Staat of de Aanklager, met instemming van de Kamer van vooronderzoek is bevoegd beroep in te stellen tegen een beslissing van de Kamer van vooronderzoek ingevolge artikel 57, derde lid, onder d. Het beroep wordt behandeld volgens een verkorte procedure.

3. Aanwending van beroep heeft geen schorsende werking tenzij de Kamer van beroep, overeenkomstig het Reglement van proces- en bewijsvoering anders bepaalt.

4. Een wettelijk vertegenwoordiger van de slachtoffers, de veroordeelde of een eigenaar te goeder trouw op wiens recht nadelig inbreuk wordt gemaakt door een bevel ingevolge artikel 75 is bevoegd beroep in te stellen tegen het bevel tot herstelbetalingen, overeenkomstig het Reglement van proces- en bewijsvoering.


Artikel 83
Beroepsprocedure

1. De Kamer van beroep oefent alle bevoegdheden uit van de Kamer van berechting ter zake van procesvoering ingevolge artikel 81 en dit artikel.

2. Indien de Kamer van beroep vaststelt dat de procedure waartegen beroep is ingesteld, oneerlijk is verlopen waardoor de betrouwbaarheid van de uitspraak is aangetast of dat de uitspraak waartegen beroep is ingesteld inhoudelijk is aangetast door feitelijke of rechtsdwaling of door een procedurefout, is hij bevoegd:

a, de uitspraak te vernietigen of te wijzigen; of

b, een nieuwe terechtzitting te gelasten voor een andere Kamer van beroep.

Hiertoe is de Kamer van beroep bevoegd een vraagpunt van feitelijke aard terug te verwijzen naar de oorspronkelijke Kamer van berechting teneinde dit af te doen, of zelf bewijsvoering te doen plaatsvinden teneinde op dat punt te beslissen. Indien tegen de uitspraak alleen door de veroordeelde beroep is ingesteld of namens hem door de Aanklager, kan de uitspraak niet in zijn nadeel worden herzien.