hangt men, door middel van banden van heestergewassen, en als aan een kapstok, den snaphaan, degen, pistoolen, enz.
Na den Latanusboom beschreven te hebben, zal ik insgelyks beschryven den Kokosboom, die, onder alle zoorten van Palmboomen, met denzelven de meeste gelykheid heeft. Deeze boom, zoo geroemd, dat ze aan den mensch voedzel, kleederen, huisvesting, enz, verschaft, heeft, naar myne gedachten, alle deeze hoedanigheden niet; maar niettemin is hij steeds merkwaardig. Hy groeit als de Latanusboom, met een hooge stam, die zelfs tot de hoogte van zestig, ja zomtyds van meer dan tachtig voeten opwast; hy is groot in evenredigheid, maar zeldzaam recht. De bast is grauw; het hout, van buiten hard, is van binnen vol merg. De takken zyn breeder, en van een donkerer groen, dan die van den Latanusboom, en van weerskanten van bladeren voorzien, als die geene, welke ik in den laatstgemelden boom by groene linten vergeleken heb. Deeze bladen echter hangen niet lynrecht neder: de takken zyn ook zoo regelmatig niet gebogen, maar zy hebben het voorkomen van groote vederen, en groeien aan den top des booms. De Kokosboom brengt ook een zoort van kool of moes voort, maar van al te weinig waarde, om zig door het afsnyden van de-