Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 1 (1799).pdf/362

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

zelve aan het verlies van den boom bloot te stellen; het geen, zoo dikwils men dit doet, onvermydelyk gebeurd. Na verloop van vyf of zes jaaren draagt hy nooten, en zulks in alle jaar-getyden. Deeze nooten groeien doorgaans zes of agt by elkander, die uit den stam van den boom voortspruiten. Zy hebben de grootte van een menschenhoofd, maar eene meer kegelachtige gedaante. — Men weet, dat de noot, wanneer zy van haar buitenste bast ontdaan is, zoo hard is, dat men een hamer noodig heeft om dezelve te breken, en de daar in besloten pit 'er uit te haalen. Wanneer deeze vrucht jong is, bevat ze een wit vocht, het welk ik niet beter kan vergelyken, dan by water en melk met suiker, en een zoo aangenamen, als frisschen drank verschaft: wanneer zy ryp word, vormt zy zig tot een breekbaare pit, ter dikte van een duim, zig aan het binnenste der schaal vast hechtende, waar van het overige volmaakt ledig is. Deeze kern of pit, van een lekkeren smaak, en gelykvormig aan den smaak der melk, waar van zy is voortgekomen, is goed om te eeten, het geen verscheiden myner lezers ongetwyffeld zoo wel als ik weeten. Dog laaten wy ons verhaal vervolgen.

Op zekeren morgen, geduurende myn verblyf op deezen wachtpost, van eene ronde, die ik met