een sterk en zeker bewys van trouwloosheid geeft. De Indianen slaan hunne kinderen nooit, om welke reden het ook zy; en hun geheel onderwys bestaat in hen te leeren jagen, visschen, loopen en zwemmen. Nimmer beledigen zy elkander met scheldwoorden, en begaan geen diefstal; de leugen is onder hen eene onbekende zaak. By deeze gelukkige hoedanigheden kan men voegen, dat geen volk dankbaarer is, wanneer men hen met ordentelykheid behandelt; ik zal zelf, by vervolg, daar van een merkwaardig bewys opgeven; maar aan den anderen kant moet ik ook zeggen, dat deeze Indianen uittermaten wraakzuchtig zyn, vooral wanneer zy vermeenen, dat men hen onrechtvaardig beledigd heeft.
De eenige gebreken, die ik in hun ken, indien men ze by hen als zoodanig beschouwt, zyn de onmatige drift om zig dronken te drinken, wanneer de gelegenheid zig daar toe aanbiedt, en hunne onbegrypelyke agteloosheid. De eenige bezigheid van eenen Indiaan, wanneer hy niet vischt, nog jaagt, bestaat om in zyn hangmat te gaan leggen, zig te vermaken met het schoonmaken zyner tanden, met de hairen van zynen baard tusschen zyne vingers te wryven, of zig zelf in een stuk van een gebroken spiegel te bekyken.
De Indianen zyn in 't algemeen zeer zindelyk;