genaamd, het welk eene verschrikkelyke en schielyke werking doet; maar wanneer zy vreezen, dat hun
BANCROFT begint met te verhaalen, het geen DE LA CONDAMINE voor hem nopens dit vergift gezegd heeft; zie het zelve hier: "De Yamcos zyn zeer afgericht op het maken van lange pylkokers, die het gewoonste jagt-wapen der Indianen zyn. Zy doen daar in kleine pylen van palmhout passen, welke zy, in plaats van met vederen, met een kleine kloen catoen voorzien, die de buis naauwkeurig vult. Zy werpen dezelve door blaazen dertig of veertig schreden ver, en missen byna nooit te raken. Een zoo eenvoudig werktuig vervult by alle deeze volken met zeer veel voordeel het gebrek van schietgeweer. Zy doopen de punt van deeze kleine pylen, als mede die van hunne bogen, in zulk een scherp vergift, dat het zelve, wanneer het versch is, in minder dan één minuut het dier doodt, het welk door den pyl gewond is. Schoon wy snaphaanen hadden, hebben wy, aan de Rivier, nooit wildt gegeten, het welk op eene andere wyze gedood was, en dikwils hebben wy de punt van den pyl onder den tand gevonden; daar by is geen gevaar hoe genaamd; dit vergif werkt niet, dan wanneer het onder het bloed koomt. Dan is het voor den mensch niet minder doodelyk, dan voor andere dieren. Het tegengift is het zout, en nog zekerder de suiker" — Op een andere plaats: