stammen van Indianen volgen nu en dan een verschillend gebruik. Na het lichaam van hunne overledene nabestaanden of vrienden in de zoo even beschrevene houding geplaatst te hebben, leggen zy het zelve in 't water, en laten het verscheiden dagen daar in. De visschen eeten 'er wel dra het vleesch af, en wanneer 'er niet meer aan is, haalt men het geraamte uit 't water, laat het in de zon droogen, en hangt het vervolgens van binnen aan het dak der hutten of carbets. Dit is het grootste bewys van teedere liefde en achting, welke men, by deeze volken, aan de dooden bewyzen kan.
Wanneer deeze Indianen te land reizen, neemen zy altoos hunne kano met zig, welke gemaakt is van den stam van een grooten boom, door middel van het vuur uitgehold. Dezelve dient hun dan tot het overbrengen van hun reistuig, wanneer zy moerassen doorwaden, of kreeken of rivieren over moeten; en is, even als zy zelven, geheel rood geverwd. Indien zy te water reizen, gaan zy doorgaans tegen den stroom, om het wildt, het welk zy op de boomen, of aan den oever zien, des te gemakkelykcr te kunnen dooden; indien zy met den stroom mede roeiden, zou de kragt van 't water hen noodzaaken om gezwind voort te gaan. Wanneer zy de zee-