mede te besmeeren, en de Europeanen gebruiken ze tot verschillende einden. De boom, wiens bladeren naar die van den laurierboom gelyken, groeit tot de hoogte van meer dan vyftig voeten; maar dewyl ik denzelven, noch ook de twee eerstgemelden, niet gezien heb, kan ik 'er niet meer van zeggen. De Mawna-boom is hoog, recht, en van een helder bruine kleur; deszelfs bladeren zyn eirond, en de noten gelyken naar muscaat noten; maar zy hebben 'er de geur niet van. De gom loopt uit den stam door insnydingen, welke men 'er in maakt; de Indianen laaten dezelve in water ontbinden, en, zoo als ik reeds gezegd heb, zy mengen die onder de arnotta, om zig te beschilderen. De Palma-Christi by de kruidkundigen onder den naam van Ricinus, of den Wonderboom, bekend, is een heester van omtrent vier voeten hoog. Hy is recht op geschoten, en met breede gevingerde bladen bedekt, hangende aan lange steelen, en zulks zoo wel de stam, als de takken. Deeze heesters zyn van tweederley zoort, roode en witte. Zy brengen driehoekige nooten voort, zittende in groene schillen, die bruin worden, en afvallen, wanneer de vrucht ryp is. Men perst uit deeze noten de oly, aan welke men in Surinamen den naam geeft van ca-
Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/220
Uiterlijk