Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/234

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

daar over verwonderd, aan den wal staan. Ik wist, dat de Colonel FOURGEOUD gezworen had, dat hy deezen Officier tot gehoorzaamheid zoude noodzaken, zoo wel als den jongsten Vaandrig van het Regiment, en daar in had hy volmaakt gelyk. Een ander vaartuig genomen hebbende, haalde ik den Colonel SEYBOURG in, die over deeze myne daad zeer verwonderd scheen, en wy kwamen te gelyker tyd op de Plantagie Vossenburg, aan de Commewyne. Des anderen daags bereikten wy de Plantagie Arentslust, na de zwaare vaartuigen, die den 3den Paramaribo verlaten hadden, te hebben agtergelaten. Den 10den, kwamen wy aan de Hoop, alwaar ik bevorens verscheiden maanden had doorgebragt. Ik voege hier by eene afteekening van het gezicht deezer Plantagie, en van den post Klarenbeek, alwaar ons Hospitaal steeds bleef. De Colonel FOURGEOUD vertrok ook den zelfden dag als wy, en sliep op Wajampibo.

Den 11den, kwamen wy op de Plantagie Crawassibo, alwaar wy den nacht doorbragten. De Opzigter van deeze Plantagie dreef aldaar zyne onbeschoftheid tot die hoogte, dat ik, die reeds tegen al dit zoort van lieden was vooringenomen, hem een frisschen vuistslag in 't aangezicht gaf. Hy rekende zig daar door zoo beledigd, dat,