schoon hy vry wat bloedde, hy zig met een enkelen Neger in een kano begaf, en in dien staat te middernacht op 't alleronverwagtst voor den Colonel FOURGEOUD verscheen, die in plaats van zyne klagten te beantwoorden, hem al vloekende wegjoeg.
Den 12den kwamen wy op Maagdenberg, te weten, de Colonel FOURGEOUD, de Officiers en de vaartuigen met zee-soldaten beladen. Zedert dat wy de Hoop verlaten hadden, wierden de Plantagiën zeldzaamer, en na dat wy die van Goed-Accord, welke tien of twaalf mylen verder ligt, voor by waren, zagen wy geene bebouwde landen meer. De muitelingen hadden, zoo als ik reeds gezegd heb, alle de Plantagiën, die hooger op lagen, verwoest, uitgenomen eene kleine bezitting, zoo ik meen. Jacob genoemd, alwaar men Negers hield, om hout te hakken. De Rivier word boven Goed-Accord zeer naauw, en is van wederzyden door ondoordringbaare heesterstruiken bezet, even als de Cottica, tusschen Devil's Harwar en de Patamaca-Kreek. De Tempaty-Kreek, welke men als den oorsprong van de Commewyne kan aanmerken, vernaauwde zig op gelyke wyze zeer sterk. Maagdenberg, liggende honderd mylen van Paramaribo, was voor deezen eene Plantagie; maar 'er zyn aldaar geene an-