Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/239

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Maart in vaartuigen op Maagdenberg aankwamen, alwaar de geheele krygsmagt van den Colonel FOURGEOUD zig toen by den anderen bevond. Den zelfden dag kwamen 'er ook honderd Negerslaven aan, die bestemd waren om op onzen tocht de pakken te dragen. Een van deeze Negers aan boord van één der vaartuigen vermist wordende, wierd de bevelhebbende Officier, genaamd CHATEAUVIEUX, en een schildwacht, welken men met bloed besmet vond, in arrest genomen, om als beschuldigden van eene moord gevonnisd te worden. Deezen zelfden dag hadden twee van onze Capitains een tweegevecht, en één van hun wierd aan het voorhoofd gewond.

Den 13den, vond een vaartuig, met mondbehoeften geladen, van Paramaribo komende, den Neger, die den 5den vermist was; hy lag aan den waterkant in de heesterstruiken, zynde in de strot gestoken, maar nog levend, vermits de steek de lugt-ader niet geraakt had. Het vaartuig nam deezen ongelukkigen op, en bragt hem te Maagdenberg, alwaar door een bekwaam Heelmeester, den heer KNOLLAERT, de wond wierd toegenaait, en deeze man op eene wonderbaarlyke wyze herstelde, schoon hy negen dagen zonder voedzel en zonder hulp gebleven was, in zyn bloed badende.