Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/240

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

In de daar aan volgende week verloor ik byna door een toeval het leven. Zie hier de zaak. De Colonel FOURGEOUD gebruikte twee Negers van de Plantagie Goed-Accord, om voor hem te jagen en te visschen. Een van hun, PHILANDER genaamd, stelde my voor, om hen in de bosschen te vergezellen, alwaar wy eenige pingos, of eenige powesas zouden kunnen ontmoeten; maar wy hadden nog geen twee mylen afgelegd, of wy wierden door eenen geweldigen slagregen overvallen, die ons noodzaakte om dit ontwerp te laten varen, en op den hoek lands, Jacob genaamd, de wyk te nemen. Om daar te komen, moesten wy een moeras doorwaden, zoo diep dat wy het water tot onder de armen hadden. PHILANDER (de schoonste manspersoon, dien ik immer gezien heb,) begaf zig tot zwemmen, en zyn medgezel van gelyken. Zy kliefden het water alleenlyk met de eene hand; met de andere hielden zy hunne jagt-geweeren in de hoogte. Zy noodigden my om hen daar te volgen, zoo als ik ook deed, niets anders dan myn borstrok en broek aan hebbende; maar na het maken van eenige bewegingen, zonk ik met myn snaphaan naar den grond. Ik liet hem daar, en weder boven water komende, verzogt ik PHILANDER te duikelen, en den snaphaan van den grond te haa-