Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/242

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De Colonel FOURGEOUD toen van eene versterking van versche manschappen voorzien zynde, deed, den 9den, alle zyne verminkten naar Holland inschepen. Myn vriend HENEMAN vertrok ook, den 6den February, naar dit zelfde Land, in eenen aller elendigsten staat.

Op den zelfden bodem, als deeze jongman, bevonden zig verscheide andere Officiers, die gedwongen waren te vertrekken, niet door ziekte, maar door afkeer en mismoedigheid, welke de onrechtmatige behandeling van den Colonel, die, zoo als ik op het einde van het tiende hooftstuk gezegd heb, hunne bevordering had tegengehouden, aan hun veroorzaakte. Zy hadden gezien, dat jongelingen, die nog ter school gingen, wanneer zy zelven in 't jaar 1772 reeds in dienst der Volkplanting waren, aan hun wierden voorgetrokken. Die geenen, welken de Colonel, den 6den December 1774, in arrest had doen zetten, om in Holland gevonnisd te worden, wierden op het zelfde schip gebragt. Dit schip was niets anders dan een hospitaal, maar zeer slecht van ververschingen voorzien.

Den 21sten, deed de Colonel met genoegen de monstering van zyn klein leger, en het smertte my zeer de Neger-Jagers daar niet by te zien. De eerste zorge van den Bevelhebber was vervolgens, om eene wacht aftezenden, tot het bespieden der