Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/246

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

geholpen word, om op den top van eenen boom te klimmen; maar dat zy kennis genoeg van de kruidkunde hebben zouden, om de wond-planten uit te zoeken, te kaauwen, en op den wond te leggen, dit is iets het geen ik niet gelooven kan, schoon zeker reiziger het nog onlangs verzekerd heeft. Betreffende de hulp, welke zy elkander toebrengen, om over een Rivier te komen, en die daar in bestaat, dat zy de staart van den één aan den ander vastbinden, tot dat de laatste van de reije zig van boven van een tak van een boom geworpen heeft, hoe groote achting ik ook heb voor ULLOA, die dit verhaalt, en die zulks in eene plaat vertoond heeft, durve ik echter, dewyl hy 'er geen ooggetuige van geweest is, hier aan twyffelen, en zelfs aan hem, die beweert het zelve gezien te hebben[1]

  1. Het is zeer waarschynlyk, dat ULLOA dit heeft overgenomen uit de Geschiedenis der West-Indiën van ACOSTA. Deezen doet men zeggen in eene vertaaling, in 't jaar 1604 gedrukt.
    "Deeze aapen springen, waar zy willen; en om den sprong te doen, draaien zy de staart rondom een tak. Wanneer zy lust hebben, om verder te springen, dan zy in eens doen kunnen, gebruiken zy een vernuftig middel, daar in bestaande, dat zy zig met de staart aan malkander vast binden. Op die wyze maken zy