te vuuren, en bouwden aldaar vry goede hutten: dus bragten wy deezen nacht door, beveiligd voor de vochtigheid. Wy vonden hier het beste water, het welk ik immer gedronken heb; en ik zag op de legerplaats twee merkwaardige hagedissen, dragende in dit Land den naam, de één van bosduivel, en de andere agama. De eerste is klein en leelyk, en van eene zeer hoog bruine, of zelfs zwartachtige kleur. Hy klimt op de boomen, en koomt met eene ongelooflyke schielykheid weder naar beneden; hy heeft geene schubben; zyn kop is breed, en men zegt, dat hy byt, het geen de hagedissen anders niet gewoon zyn. De tweede heeft ook den naam van de Mexicaansche Kameleon. Hy is ongemeen schoon, en even als alle anderen van dit zoort, bezit hy het vermogen om van kleur te veranderen; maar geen tyd gehad hebbende, om hem met aandacht te onderzoeken, kan ik van zynen aart en hoedanigheden niets meer zeggen. In Surinamen is ook nog een zoort van Hagedis, bekend onder den naam van Salamander; maar ik heb hem nooit gezien.
Den 6den, vervolgden wy onzen tocht, nemende den weg westwaarts tot den middag toe. De regen viel steeds geweldig, en wy liepen door het water. Op het gemelde uur, veranderden wy onzen weg, om noordwaarts te gaan, en wy trok-