Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/267

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

weinig zout; of men braad ze, en rygt ze aan kleine houte pinnen. Zy hebben een smaak, uit dien van alle Indiaansche speceryen, als de muscaat-nooten, kruid-nagelen, kaneel, enz, zaamgesteld. De Palmboomen, die beginnen te verrotten, leveren dit zoort van wormen op; maar allen hebben zy dezelfde grootte niet. De eene en andere hebben eene bleeke geele kleur, meteen zwarte kop; de Indianen en Negers noemen dezelven toecoema.

Den 16den, deed men een hoop krygsvolk naar la Rochelle, aan de Patamaca, vertrekken. Des anderen daags zond men een Capitain met eenige soldaaten naar den post van de Hoop aan de Commewyne, om aldaar alle de Plantagiën, aan de oevers deezer Rivier gelegen, te beschermen.

Den zelfden dag zag men den ongelukkigen Neger, die den 5den Maart zig in den strot gestoken had, en die tans van zyne wonden genezen was, het bosch ingaan. Hy hield een mes in de hand, en deeze keer mislukte hem zyn slag niet. Men liep hem na, maar vond hem dood. Zyn meester berigtte ons, dat hy zedert eenigen tyd van maand tot maand pogingen deed, om zig van kant te helpen.

Den 17den, kwamen de manschappen, die naar den post van la Rochelle afgezonden waren, van