Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/268

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

daar te rug; al het krygsvolk der Sociëteit was daar ziek.

De Colonel FOURGEOUD behandelde my in dit oogenblik met de grootste beleefdheid. Op zyn verzoek zond ik hem, den 20sten verscheide afteekeningen, die hem zelven en zyn krygsvolk verbeeldden, worstelende tegen alle de moeielykheden, die zig elk oogenblik in onzen dienst opdeeden; hy zeide my, dat zyn oogmerk was dezelve aan den Prins van Oranje en aan de Staaten Generaal aan te bieden, om hun te doen zien, wat zyn volk al in de bosschen van Guiana geleden had.

Hy gaf my toen een verlof van veertien dagen, om naar de Stad te gaan, en den heer KENNEDY goede reize te wenschen. Zynen goeden luim niet willende laten verkoelen, verliet ik Maagdenberg binnen 't uur, en maakte zoo veel haast, dat ik den 22sten te Paramaribo aankwam. Ik vond myne kleine familie aldaar zeer welvarende. Op 't oogenblik van myne aankomst, zond men my dezelve by den heer DELAMARRE; maar geduurende myne afwezigheid, had dezelve het huis van den heer LOLKENS niet verlaten, en was aldaar steeds met veel oplettenheid en achting behandeld.