ZEVENTIENDE HOOFTSTUK.
Nieuwe wreedheden, nog onmenschelyker, dan alle de voorige. — Verschillende zoorten van planten. — Papegaaijen en Parkieten. — Surinaamsche Patrys. — Buitengewoone Insecten. — Geiten van Guiana. — De Taïbo. — Verscheidene zoorten van visschen. — Groote sterfte onder het krygsvolk, het welk zig op de posten aan de Tempaty-Kreek, en de Commewyne bevond.
Myn eerste bezoek leide ik by den heer KENNEDY af, en betaalde hem de vyf honderd gulden, voor den koopprys van QUACO, die toen mynen vryen eigendom was. By myn verblyf op Paramaribo wierd ik door eene koorts aangetast, die echter slechts weinige dagen duurde. Den eersten Mey, aan den oever der Rivier wandelende, vernam ik, dat 'er eene groote meenigte volks voor het huis van Mevrouw S..., vergaderd was, alwaar ik eene verschrikkelyke vertooning zag. Een ongelukkig Mulatten meisje was 'er het voorwerp van. Zy baadde in haar bloed. Men had haar op eene wreedaartige wyze in den strot gestoken, en negen of tien steeken in de borst op