Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/275

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

scheenen de Colonel SEYBOURG, en die geenen, welken hy zyne Officiers noemde, eene krygsbende te willen uitmaken, afgescheiden van die van den Colonel FOURGEOUD. Zy waren uittermaten onbeschaafd, en behandelden elkander met een zoort van ruwheid. Hun Colonel was by onzen Bevelhebber zeer in den haat; en deeze staat van zaken bragt veel toe, om onze gesteldheid steeds onaangenaamer te maken. Ik had voor my zelf toen geene reden om my te beklagen, want ik was zeer wel gezien by den Colonel, doch raakte om een beuzeling byna uit zyne gunst. Hy had van eenige Indianen een paar fraaije Kakatoes gekocht, welke hy in een kooy hield opgesloten, en in 't kort naar Europa stond te verzenden, om aan haare Koninglyke Hoogheid, de Princes van Oranje, ten geschenke te worden aangeboden. Ik verzogt LAURENS my toe te staan, om 'er één van in de hand te nemen, ten einde hem met meerder aandacht te beschouwen: maar de deur van de kooy was zoo dra niet geopend, of de vogel ging aan 't schreeuwen, en verdween in een oogenblik, met een snelle vlucht boven de Tempaty-Kreek heen vliegende. De arme kamerdienaar stond verstomd, en konde niets meer uitbrengen, dan deeze enkele woorden: Ziet gy wel? Ik nam de vlucht, om het aannaderend onweder