te ontwyken; maar ik verbergde my in de struiken, door welke ik de bewegingen van den Colonel bespeuren konde. Zoo dra hy deeze verschrikkelyke gebeurtenis vernomen had, begon hy te vloeken, te brullen, en zig in alle bogten te wringen, als een mensch die van zinnen beroofd is. In de hevigheid van zyne woede, gaf hy een trap aan een arme eendvogel, die aan één van onze Officiers toebehoorde, en trapte hem in ééns dood. Eindelyk nam hy zyne paruik van 't hoofd, en smeet die tegen den grond. Ik stond te beven, en de overige toekykers schaterden het uit van lagchen. Na verloop echter van een halfuur, begon de gramschap van den Colonel te bedaaren, en hy gebruikte toen een list, waar door de weggevlogen vogel weder in zyne macht kwam. Na een kort eind touw boven aan de kooy gebonden te hebben, haalde hy 'er het andere dier uit, en bond het met de poot aan het tegenëinde van het zelfde touw vast. Hy plaatste deeze kooy in de open lucht, leide eene rype banane binnen in, en liet de deur open, zoo dat alle vogels, uitgenomen de geen, die vastgebonden was, 'er konden inkomen. Deeze, aan wien men niets te eeten gaf, door den honger gedrongen, maakte zulk een schel geschreeuw, dat hy door zyn makker gehoord wierd, die te rug kwam, en ziende
Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/276
Uiterlijk