Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/279

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

lagchen, schreeuwen, baffen, maauwen, fluiten, maar veel minder, dan die in Africa geboren zyn. Men zegt, dat het zaad van catoen-schellen hen dronken maakt. Zy zyn aan ziekten onderworpen, misschien uit hoofde hunner geneigdheid tot gramschap; de Indianen egter schryven hun een lang leven toe: zy hebben een sterken en gekromden bek, en bedienen 'er zig van, om op de boomen te klauteren, om zeer harde noten te kraken, en om pynlyke beeten te geven. Hun vermaak is, om zig op de takken der boomen in evenwicht te houden, of daar aan te blyven hangen, en het zy, dat zy zig in vryheid bevinden, het zy dat zy in de slavernye leven, zy nemen hun voedzel met één van hunne klaauwen, als met de hand.

'Er zyn in Surinamen ook andere fraaije Papegaaijen, zynde een zoort van Parkieten, en mede zeer gemeen. De aangenaamste hebben de gedaante van eene zeer kleine duif. Derzelver pluimaadje is van een zeer levendig groene kleur op den rug en de staart, maar de kop is donker bruin; de hals van gelyken, met dit onderscheid, dat elk der vederen een rand van eene fraaije goud-kleur heeft. De borst is van eene lood-kleur, de buik violet, en de vlerken bestaan uit verschillende vederen van eene oranje en hemels blaauwe kleur.