Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/283

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

de, voorkwam hy het plunderen en verbranden der Plantagiën; en op die wyze deed hy eenen zeer wezentlyken dienst aan de inwooners, hoe zeer zulks veel menschen en geld kostte.

Daar ik derhalven tans Opperbevelhebber van den post was, hield ik de twee Negers, waar van ik reeds gesproken heb, bezig, met voor my te jagen en te visschen. Zy bragten my byna dagelyks één of twee wilde varkens, of pingos, en een visch, newmara genoemd, die zomtyds zoo groot is als een kabbeljauw, en welken ik by vervolg beschryven zal. Ik onthaalde alle de Officiers zonder onderscheid op deezen verschen voorraad, en ik gaf aan de zieken de plantains, de bananen, de oranje-appelen, de limoenen, welke men van de Plantagiën, aan het bovenste gedeelte van de Commewyne gelegen, aan my toezond: nooit wierd een afgezonden Bevelhebber zoo wel behandeld. Ik vergat echter de hoofdzaak niet, en zond regelmatig ronden uit in den omtrek van Maagdenberg, die zoo oplettend waren, dat 'er geen aanval der muitelingen te duchten was. Deeze voorzorgen waren zeer noodzakelyk, want zy hadden verscheide posten overweldigd, om zig van de wapenen en het kruid meester te maken, het geen voor hun van een groot gewicht,en voor de Volkplanting allernadeeligst is. Niet alleen hadden zy