Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/287

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De geiten zyn echter in geheel Guiana zeer gemeen; zy zyn aldaar niet groot, maar fraay; haare hoornen zyn zeer klein; haar hair is kort, zacht, en van eene donker bruine kleur; haare gezwindheid is niet te vergelyken, dan by die der harten. Men kweekt ze op de Plantagiën aan, alwaar zy vermeenigvuldigen, en veel melk geven. Wanneer men ze jong doodt, is haar vleesch goed om te eeten.

Ik ontfing toen de onaangenaame tyding, dat het Schip, waar mede myne brieven naar Europa vertrokken waren, in de nabyheid van Texel vergaan was. Ik vernam te gelyker tyd met aandoening, dat myn vriend, de heer KENNEDY, zyne vrouw en huisgenooten, aan de Volkplanting hadden vaarwel gezegd, en naar Holland waren ingescheept. De gemelde heer KENNEDY, de heer GORDON, en de heer GOURLUY, waren Schotten; de heer BUCKLAND, de heer TOWNSEND, en de heer HALFHIDE, waren Engelschen de heer MACNEYL was uit Ierland: 'er waren geene anderen van hunne natie, die deeze Volkplanting bewoonden.

Den 28sten, kwam de Colonel FOURGEOUD van zynen tocht naar de Patamaca te rug. Zyn krygsvolk was van vermoeienis afgemat, en hy zelf had veel geleden. Hy had een groot getal