zyner soldaten in het Hospitaal van la Rochelle agtergelaten; maar hy vernam zelfs de muitelingen niet, schoon hy bestendig zynen weg veranderd had. Het scheen derhalven, dat zy in wanorde waren, zoo zy al in 't kort eenig vast verblyf gehad hadden; maar waar konde men hen in dit eindeloos bosch ontdekken? Daar kwam het op aan. De Colonel wanhoopte echter niet, dit te zullen doen. In de daad, hy stelde den zelfden yver te werk om hen te vervolgen, als voorheen, om de schuilhoeken van het wildt te ontdekken.
Den 29sten, bood de heer MATHIEU, één van onze Officiers, die ter jagt gegaan was, my den Taïbo aan, een dier, alhier onder den naam van Boschrot bekend. Hy had de grootte van een jonge haas, maar was aan het einde van zyn lyf uittermaten dun; hy had eene huid van eene rosachtig bruine kleur, lange pooten, een ronde kop, en zyne staart geleek naar die van een speenvarken; zyne klauwen hadden juist de gedaante van die van een gewoone rot, maar in evenredigheid veel grooter; zoo als ook de kop, de bek, de knevels, en de tanden; hy had korte en kaale ooren; de oogbal zyner zwarte en uitpuilende oogen was wit. Men beweert, dat deeze boschrot zeer schielyk loopt. Wy lieten hem gereed maken: men had ons gezegd, dat hy goed om te