Deeze behandeling deed den armen BRANT zoo geweldig aan, dat hy begon te schreijen, en verklaarde, dat hy wenschte zulke mishandelingen niet te overleven. Hy vertrok vervolgens naar den post van de Hoop; met een hart van droefheid overstelpt.
By zyne aankomst vernam hy, dat de Capitain BROUGH, de laatste Bevelhebber op deezen post, zoo even overleden was. Deeze Officier, zeer zwaarlyvig zynde, had groote vermoeïngen in de bosschen ondergaan. De hette was voor hem ook doodelyk: hy had eene versmelting van vochten, die op een rotkoorts uithep, en hem uit 't leven wegnam. De Colonel SEYBOURG volgde den Capitain BRANT wel dra naar de Hoop, om aldaar de zieken te bezoeken. Geduurende al dien tyd had ik niets te doen. Ik zal my dus bezig houden met twee visschen te beschryven, die eenen byzonderen aandacht verdienen.
De eerste heeft de gedaante van een groote bokking; ik had ze van dit zoort nog niet gezien, en zekerlyk, behalven den zee-braassem, kende ik 'er geene, die fraaijer gekleurd was. Zyn rug en zyden hebben streepen van eene fraaije geele en van eene ryke en donkere blaauwe kleur, zyn buik heeft eene witte zilver-kleur. Hy heeft