dier werpt (volgens de uitdrukking van deeze zelfde Schryvers) door een enkelen slag met de poot, een wild varken om ver, en het sterkste paard, dat men in Guiana beryden kan, grypt hy by de keel. Zyn woeste aart en bloeddorstigheid zyn oorzaak, dat men hem nooit heeft kunnen tam maken. Hy zou de hand van zynen oppasser verscheuren; en dikwils zelfs verslindt hy zyne jongen. Hoe sterk echter en woedend hy ook zy, hy is niet in staat wederstand te bieden aan den slang Aboma, die, wanneer hy hem bereiken kan, hem in korte oogenblikken aan stukken slaat.
Het tweede dier van het zelfde zoort is de Couguar, de roode Tyger in Surinamen genaamd. Men zoude hem voegzamer kunnen vergelyken by een haazen-windhond, ten aanzien van deszelfs gedaante, maar niet van zyne grootte, en by gevolg ook ligter dan den Jaguar, maar grooter dan een windhond. De huid van dit dier is van eene bruin roode kleur; de borst en buik zyn van eene vuile witte kleur; hy heeft lange en ongevlakte hairen; de staart van eene aard-kleur, en aan het einde zwart. Zyn kop is klein, met twee glinsterende oogen, waar uit het vuur als uitspringt; en zyne tanden zyn zeer breed. Zyn dun lyf word gedragen door lange pooten, die