namelyk de zee-soldaten van den Colonel FOURGEOUD, het Regiment van de Compagnie, en de Neger-jagers, die van verlangen brandden, om blyken van dapperheid te geven, bevel om zig onmiddelyk tot den optocht gereed te maken. Men bepaalde hun allen een punt van algemeene vereeniging, en men zond te gelyker tyd een hoop krygsvolk naar den post van la Rochelle, om hier van bericht te geven. Ingevolge van deeze beveelen, maakte zig het geheele leger marschvaardig, en onze soldaten betoonden eenen grooten yver, in de hoop, dat een beslissende slag aan den oorlog, en alzoo tevens aan hunne elende een einde maken zoude: het was dus het oogenblik, om hen tot den aanval aan te voeren; maar onze Opper-Bevelhebber stelde zynen tocht meer dan twee maanden uit, om redenen, hem alleen bekend.
Wy vernamen toen, dat de Capitain BRANT, Bevelhebber op den post van de Hoop, op het punt was, om aldaar van eene zwaare ziekte te sterven. Deeze zelfde post, alwaar zig een groot aantal krygsvolk bevond, was één der ongezondsten uit hoofde der overstroomingen; en vermits ik in dit tydstip één der gunstelingen van den Colonel was, bestemde hy my, om het bevel 'er van op my te nemen, eene eer, die ik, zoo als hy