Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/307

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

my zeide, aan myn sterk lichaamsgestel moest toeschryven. Uit deeze handelwyze bemerkte ik, dat zyne vriendschap op eigenbelang steunde; en ik gevoelde mynen haat allengskens herleven tegen iemand, die my alzoo veroordeelde om zonder roem te sterven, daar hy my tot eenigen dadelyken dienst met eere gebruiken konde.

By myne komst op de Hoop, moest ik den Capitain BRANT naar Maagdenberg zenden; maar deeze ongelukkige jongeling eenige achterdocht op dien wreeden last hebbende, ging in een besloten vaartuig, eenige uuren voor dat ik aankwam, en begaf zig naar Paramaribo. Echter kwam hy aldaar niet aan, of hy gaf den geest, zoo door de gevolgen van eene heete koorts, als door hartzeer. Niemand verdiende meerder betreurd te worden, dan hy. De Colonel FOURGEOUD verloor een uitmuntend Officier, en ik een oprecht vriend.

Dewyl hy de tweede Bevelhebber was, die in zeer korten tyd op deezen post het leven liet, nam ik gerustelyk tot myne zinspreuk: Hodie mihi, cras tibi: (van daag my, morgen u:) maar by geluk bedroog ik my, en ik was altyd zoo welvaarende, als ik ooit in myn leven geweest ben. Volgens den raad van den ouden CARAMACA, baadde ik my twee malen daags in