Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/312

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

masera": (ik bedank u meester:) en de Planter wandelt met zynen Opzichter rond, zonder op het geschreeuw, het welk hy hoort, eenige acht te geven. Men maakt deeze elendelingen niet los, voor dat zy wel zyn van één gereten; en dan gelast men hun, om oogenblikkelyk weder aan hun werk te gaan: ter naauwer nood verwaardigt men zig, om hen te laten verbinden.

Het straf-uur verloopen zynde, koomt de Heelmeester, die een Neger is, insgelyks om bericht te doen; en men zendt hem weg al vloekende, en zig beklagende, dat hy aan de slaven toestaat ziek te zyn. Na deeze bedienden, koomt 'er eene zeer oude vrouw, die alle de Neger-kinderen van de Plantagie vertoont, waar over zy het bestuur heeft. Deeze kinderen, die reeds in de Rivier gewasschen zyn, klappen in de handen op het zien van hunnen meester; zy groeten hem, staande in de rondte; vervolgens zendt men hen weg, om hun ontbyt van plantainboom-vruchten, of ryst te gebruiken; en even gelyk by het begin, eindigt dit alles met eene diepe buiging van den Opzichter.

Myn Heer doet dan eene wandeling in zyn morgen-gewaad, bestaande in een onderbroek van het fynst Hollandsch linnen, witte zyde koussen, en muilen van geel of rood Turksch leder; het hals-