Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/317

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

waardeerende, zyn het doorgaans met den kooper eens.

Dit zoort van Planters is een pest voor de Volkplanting. Zy maken eene onmatige verteering, en betaalen niemand, onder voorwendzel van slechten oogst, sterfte onder de slaven, enz. Zy mishandelen dezelven door overmaat van arbeid en slagen; zy bederven de Plantagie, waar van zy de voortbrengzels voor gereed geld, en ten laagen pryze verkoopen; en wanneer zy op die wyze hunne beurs gemaakt hebben, verdwynen zy. Men moet echter toestemmen, dat 'er in alles uitzonderingen zyn: ik heb in Surinamen Planters gekend, die door hunne braafheid achtenswaardig waren, en ik heb dezelven reeds genoemd.

Wat de vrouwen betreft, zy geven zig doorgaans aan alle haare driften, en in 't byzonder aan de ontembaarste wreedheid over. Maar te gelyker tyd, dat ik getuigenis moet geven van de verhevene deugden van Mevrouwen ELIZABETH DANFORTH en GODEFROY, en van eenige andere van een onbevlekt caracter, behoor ik ook het gordyn te laten vallen voor alle de onvolmaaktheden der teedere kunne in deeze luchtstreek. Alvoorens van dit stuk af te stappen, moet ik echter opmerken, dat de herbergzaamheid nergens edelmoediger, nog aangenamer word uitgeoeffend,