dan hier. Een vreemdeling bevindt zig hier overal, of hy t'huis was: men verschaft hem, met de meest mogelyke gulheid, tafel en huisvesting, op elke Plantagie, het geen van des te meer aanbelang is, om dat men in de nabyheid van alle de Rivieren der Volkplanting Surinamen niet weet, wat eene herberg is.
Om aan myn verhaal eenige afwisseling te geven, zullen wy tans drie zoorten van visschen beschryven, waar op ik myne vrienden onthaalde, zynde de zon-visch, de slang-visch, en de gevlakte kat. De eerste word, even als de zalm, in zoute en zoete wateren gevonden. Hy heeft agttien of twintig duimen lengte, en hy is geheel en al met goude schubben bedekt, die, wanneer hy in helder water zwemt, straalen van zig schynen af te schieten, en die hem zynen naam gegeven hebben. De slang-visch ontleent zynen naam van de gelykheid, die 'er tusschen hem en dit kruipend gedierte is. Het is een zoort van aal, niet zeer groot, maar zwart, hebbende een witten buik, en zynde in alle de Rivieren van dit Land zeer gemeen. De gevlakte kat word alzoo genoemd uit hoofde van de vlakken, waar mede hy bedekt is, en zyne lange knevels. Deeze visch gelykt ten aanzien van deszelfs gedaante vry veel naar een snoek. Hy heeft zeer puntige tanden, maar geene schubben.