Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/319

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Hy is zeer vet, en weegt zomtyds tot zeventig ponden toe; zyn vleesch is geelachtig, en men maakt 'er weinig werk van.

De Hoop was tans eene der onaangenaamste verblyfplaatsen. Ik betreurde aldaar zeer het gemis, zoo van myne eerste hut, als van myne lieve gezellinne: de eene viel geheel om ver, en de andere was te Paramaribo. Wy hadden geen enkel mensch, die niet door de koorts, of eenige andere ziekte, was aangetast. De roode loop begon ook verwoestingen aan te rechten. Om onze elende te vergrooten, hadden wy noch Heelmeesters, noch geneesmiddelen, noch iets, waar door wy ons licht bezorgen konden; en ons bleef niets overig, dan zeer weinig brood. Ik was met deeze gesteldheid van ons ongelukkig krygsvolk bewogen, en ik deed onder hen eene uitdeeling van bischuit, citroenen, oranje-appelen, suiker, wyn, gevogelte, en eenige spermaceti-kaarssen, die my in eigendom toebehoorden.

Den 23sten, zond ik twee zieke Officiers, ORLEIGH en FRANSSEN, gelyk mede alle de soldaaten, die vervoerbaar waren, naar het hospitaal te Maagdenberg; te gelyker tyd vernieuwde ik myn ootmoedig verzoek, om van zulk een elendigen post, die bovendien van geen nut ter weereld was, verlost te worden, en ik verzogt, maar te