Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/330

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

alle Palmboomen, ja van alle andere boomen, die in de bosschen van Guiana groeien. Ik kan verzekeren, dat ik eenige boomen van dien naam gezien heb, wier toppen meer dan honderd voeten boven den grond scheenen verheven te zyn. Derzelver omvang was van tien of twaalf voeten aan het dikste van den stam, dat is, op een vierde van den boom van den wortel af gerekend; want van daar af vermindert hy, zoo wel naar beneden als naar om hoog, eene byzonderheid, die misschien aan alle andere Reizigers of Schryvers ontsnapt is. Hy heeft ook eene helder bruine of gryze kleur, en is tot de plaats, alwaar de takken beginnen, in gelederen verdeeld. Deeze takken neemen hunnen aanvang by den top des booms, en zyn lang, groen en boogswyze gekromd, bloot tot aan derzelver einde, waar uit lange en breede bladeren voortspruiten, zynde gevingerd, en van eene bleek groene kleur, zeer regelmatig op eene bolronde manier geschaard, en maakende een zoort van straalen, zoo als een ronde waijer van zig af-

    houden, welken hy in het oorsprongelyke heeft. Dr. BANCROFT spreekt, in zyne Natuurlyke Geschiedenis van Guiana, van den Mauricy niet; misschien is hy niet in de gelegenheid geweest denzelven te zien.
    Aanteek. v. d. Franschen Vert.