Naar inhoud springen

Pagina:Stedman, Reize naar Surinamen en Guiana Vol 2 (1799).pdf/336

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

ren door CHARLES MACDONALD, den zelfden Engelschen matroos, met wien ik op de Hoop in vriendschap geraakt was; beide zyne geschenken kwamen uit Virginie. Dit blyk van erkentenis en edelmoedigheid van deezen braven jongen, beantwoordt volkomen aan het waar caracter van den Engelschen zeeman, en deed my groot vermaak. Onder het getal van myne brieven waren 'er twee, voor my van het grootst gewicht, de één was van den heer LUDEN van Amsterdam, en de ander van den heer DE GRAAF, zynen Bestuurder op Paramaribo. Zy verwittigden my, dat myne beminnelyke JOANNA en myn zoon ter myner beschikking waren, voor de somme van twee duizend gulden, die, met de bykomende onkosten, byna twee honderd ponden sterling zouden uitmaken, dog welke ik buiten staat was op dit oogenblik te kunnen betaalen. Ik was reeds eene andere somme van vyftig ponden sterling schuldig, welke ik geleend had, om den koopprys van mynen Neger QUACO te voldoen; myne JOANNA, wel is waar, was my van eene oneindig grootere waarde; en schoon men haar had gewaardeerd op het twintigste gedeelte van de geheele Plantagie, die voor niet meer dan veertig duizend guldens verkogt was, konde ik eene jeugdige vrouw, met zoo veele volmaaktheden be-